Een boekje opendoen

Even een rondje boekwinkel. Mijn oog valt op “Papierenparadijs”. Het omslag heeft een zomerse uitstraling. Snel lees ik waar het over gaat.  Het is een debuutroman van Marlies Medema en jawel het gaat over Suriname.  Meteen denk ik aan het land waar Raminah. haar ouders geboren zijn.  En als ik dan ook nog lees dat het over een domineesvrouw gaat, komen er kriebels. Gaat dit boek iets vertellen over ons koloniaal verleden, de slavernij? Niet lang daarna sta ik bij kassa om af te rekenen.

Eenmaal thuis is het meteen een kopje thee maken en lezen. Want ik ben heel nieuwsgierig hoe deze domineesvrouw gaat “landen” in Suriname en hoe ze reageert op de slavernij.

Op een vlotte en onderhoudende manier, lees ik hoe de hoofdpersoon Anna opgroeit in Heelsum, in de provincie Utrecht. Het wordt snel duidelijk Anna is een interessante dame. Ze trouwt met dominee Arend van den Brandhof. Echt van harte lijkt dat niet te zijn. Ik spoor mezelf aan om snel verder lezen, ik kijk uit naar Anna’s tijd Suriname.

Die komt pas in zicht als er meer dan 200 bladzijde gelezen zijn. Onder leiding van Anna’s man, trekt een groep boeren in 1845 naar Suriname. Ze hopen daar een betere toekomst op te bouwen. Het zit helaas niet mee, de boottocht is zwaar. Bij aankomst is er te weinig woonruimte. Het is warm, er breken dodelijke ziektes uit. Het is allesbehalve paradijselijk. Geluk lijkt ver weg.

Bovendien gedraagt dominee Arend zich niet als een echte herder. Terwijl de ontberingen zich opstapelen voor de boerenfamilies, laat de predikant zich het eten en de wijn goed smaken. Hij stelt niet alleen zijn vrouw maar ook de groep teleur.

Al lezend ontdek ik een voor mij onbekend stukje geschiedenis van Nederlandse boeren die naar Suriname trokken. Toch blijft er iets door mijn hoofd spelen. Hoe zit het met de slavernij.

Alle personen in het boek lijken niet veel moeite te hebben met de situatie.  Slaven zijn ondergeschikt, goede werkkrachten maar niet meer dan dat. Een heel enkele keer, zegt Anna iets over de omstandigheden van de slaven, een opmerking die direct door haar man de kop in wordt gedrukt. En waar verder niet meer over gesproken wordt.

Na een aantal uren en het zoveelste kopje thee is het boek uit.

Wat vond ik ervan?

PAPIEREN PARADIJS  is een vlot en onderhoudend geschreven boek. Het vertelt op een zeer toegankelijke manier het waargebeurde verhaal van een domineesvrouw die in 1845 emigreerde naar exotisch Suriname. De schrijfster heeft gedegen onderzoek gedaan en leuke foto’s gevonden die achter in het boek een plaatsje hebben gekregen. Toch ben ik een beetje teleurgesteld.

Misschien had ik de achterflap beter moeten lezen, dan had ik gezien dat slavernij niet een thema is in dit boek. Toch denk ik, omdat het geschreven is vanuit Anna, het een mooie aanleiding zou zijn geweest als de schrijfster iets meer met het thema slavernij had gedaan.

Ria